Ik ben de laatste tijd weer heel sterk bezig met de uitbreiding van mijn vocabolalalarilu… euhm, mijn woordenschat.
Ik zeg flink na wat mama en papa mijn voorzeggen, maar ik heb vooral twee heel interessante nieuwe woordjes ontdekt: Nee! (met uitroepteken) en Ja.
‘Nee’ was er eerst. Al de nodige weken eigenlijk. Tot grote ergernis van mama en papa. Alles was nee!
“Kobe, gaan we eten?” Nee!
“Kobe, gaan we slapen?” Nee!
“Kobe, wil je een koek?” Nee! (en dan toch een aannemen, hihi)
“Kobe, we gaan een verse pamper aandoen” Nee! Nee!
Mama en papa werden er groen en geel van op den duur! Altijd maar nee! nee! nee! Maar ik vond dat leuk…
Maar goed, tijd voor volwassenwording: ik heb er sinds een paar dagen ook de ‘ja’ bij genomen. En dat vinden papa en mama vééél leuker. Ik zeg nog altijd veel nee, maar ik zeg tussendoor ook regelmatig ja. Zelfs als ze vragen of ik wil gaan slapen. Als ik moe ben, tenminste.
Papa zegt dat ik nu veel positiever in het leven sta. Geen flauw idee wat hij daarmee bedoelt, maar het klinkt goed.
Ja!