Mama geeft papa al graag eens een ‘aaike’ over zijn ‘bolleke’. Ik ook! En het is nóg leuker zelfs om een aaike over mijn eigen bolleke te krijgen. Als niemand mij een aaike geeft, dan geef ik mezelf er wel eentje.Nèh.

En nu de grote nieuwe truk: aaike zéggen! Dit weekend heb ik papa een aaike over zijn bolleke gegeven en een paar keer aaike gezegd. Mama en papa hebben heel luid bravo geroepen.

Dat smaakte naar meer en een beetje later heb ik het blokkenhuisje ‘huisje’ genoemd.

Mijn woordenschat bevat dus de volgende uiterst belangrijke woorden: papa, tutje, aaike en huisje.

Gemakkelijk is het wel niet altijd. Deze morgen heb ik geprobeerd om ‘kokosnoot’ uit te spreken, maar dat is ‘kokoko’ geworden. Ik pleit ervoor om het woord te veranderen, kokoko is toch veel leuker!

Maar ‘mama’ dat zeg ik nog steeds niet. Ik hou dat voor een speciaal moment, voor als mama dat het minste verwacht!

Laat een reactie achter